Horden in de jeugdtraining
May 6, 2026 at 7:47 am

Horden in de jeugdtraining

Al reeds vrij vroeg voelen sommige jeugdige atleten zich geroepen tot het hordenlopen, terwijl anderen zich verplicht voelen om ook iets aan hun hordenlopen te doen, omdat het een verplichte discipline is in bijvoorbeeld het “A.A.S.-Criterium“ of een andere vorm van jeugdcriterium.


Nochtans moet er opgelet worden dat bij onze jeugdige atleten (pupillen en miniemen) niet te veel de nadruk op de technische elementen van het hordenlopen gelegd wordt, maar eerder de ontwikkeling van de ruimtelijke perceptie, het lenigheidsgevoel en de loopvaardigheid benadrukt  worden. De biologische groei van de jeugdige atleten speelt hierbij een zeer grote rol. Door speels om te gaan met de basisprincipes van het hordenlopen kan elke jongere zich zonder vrees of schroom ontwikkelen.

Voorop moet staan dat horden geen daadwerkelijke hindernissen zijn waarover men moet springen, maar een onderdeel vormen van een specifieke atletiekdiscipline, die door training op een  goede en  weloverwogen manier in een later stadium volledig onder de knie kan gekregen worden. Pupillen en miniemen dienen zich over de echte techniek van het hordenlopen niet te veel zorgen te maken. Immers, zij zijn lichamelijk nog niet voldoende ontwikkeld om de volledige complexe beweging uit te kunnen voeren, die trouwens aanzienlijk wat kracht en snelheid vereist Mochten zij  toch te specifiek competitiegericht trainen, dan is het risico van schade aan hun pezen en spieren vaak groter dan de trainingswinst die zij nu reeds verhoopten te behalen.

Uit statistieken is gebleken dat pupillen en miniemen tijdens de zomercompetities gemiddeld één hordewedstrijd per zes weken betwisten, terwijl kadetten en scholieren (die zich reeds meer kunnen toeleggen op een specifieke discipline) gemiddeld reeds tot één wedstrijd per drie  of per twee weken komen.

Tevens is gebleken dat een aantal jonge atleetjes reeds zeer vroeg in hun carrière vaste bezoekers van de kinesisten worden met lies- en enkelblessures die vermeden hadden kunnen worden. Ook hier moet weerom zorgvuldig worden omgesprongen met jaarprogrammering voor jongeren d.w.z wintercompetitie is een welkome afwisseling en een beloning van trainingswerk tijdens de maanden november tot april. Zomercompetitiedagen staan echter gelijk aan trainingsdagen voor onze jeugdige atleetjes.

Dit gegeven zal  dan ook het aantal trainingen bepalen dat een atleet dient te volgen om zijn hordenlopen te verbeteren : voor pupillen en miniemen volstaat één speelse training per twee weken, terwijl kadetten en scholieren gemakkelijker kunnen doorgroeien van één hordetraining per week tot twee specifieke hordetrainingen per week als scholier.

Wat wil zeggen “speels omgaan“ met horden voor pupillen en miniemen ? In de eerste plaats zo weinig mogelijk op de training de competitie nabootsen. Leren hoe zij zonder evenwichtsverlies over bv. een latje op twee kegels of over een fietsband moeten lopen, hoe zij dergelijke hindernissen met ongelijke afstanden kunnen lopen zonder ritme- en/of snelheidsverlies, leren hoe zij de afstanden tussen de latjes moeten inschatten.  Dit zijn veel belangrijkere elementen dan de rigide discipline van over echte horden te lopen met éénzelfde aantal passen en dit zonder te vallen of tegen de horden te botsen. De vrees om na een val over  de horden nooit meer horden te willen lopen is reëel.

En wat als de jeugdige atleet als kadet of scholier helemaal geen horden meer wil lopen ? De speelse aanpak van dergelijke trainingen vormt een adequate  basis voor andere kamp- of werpdisciplines in de atletiek waar eenheid en snelheid van beweging ook noodzakelijk zijn.

Paul Sauviller

0 likes Trainingstips #
Share: / / /
Zoeken
Sponsors
Blijf op de hoogte
FitFree
G-Atletiek bij KAPE
G-Atletiek
G-Atletiek bij KAPE
Archief per maand
PHP Code Snippets Powered By : XYZScripts.com