Jeugdsportbeleidsplan
November 27, 2021 at 12:28 pm

Jeugdsportbeleidsplan

Met het oog op een gestructureerde jeugdwerking, werd door de Raad van Bestuur – na overleg met de trainers – een “Jeugdsportbeleidsplan” opgesteld voor de jeugdcategorieën benjamins, pupillen en miniemen. Hierbij werd rekening gehouden met de eindtermen voor miniemen van de Vlaamse Atletiekliga en met de inbreng van de eigen trainers.

 

JEUGDSPORTBELEIDSPLAN

INLEIDING

Training geven impliceert een grote verantwoordelijkheid zowel naar prestatieniveau als naar gezondheid van de atleet. De jeugdtrainer legt het fundament van de atleet en draagt in grote mate bij tot het succes of falen van de atleet.

De begeleiding van de jonge atleet gebeurt vanaf 6 jaar tot 11 jaar via spelvormen, aanvankelijk met het oog op het ontwikkelen van algemene basisvaardigheden, nadien gerichter naar het ontwikkelen van specifieke, atletiekgerichte bewegingsvaardigheden. Vanaf de leeftijd van 12 jaar zullen meer technische prikkels tijdens de trainingen toegevoegd worden en spreekt men eerder over initiëren dan over spelen.

De positieve sportbeleving blijft primordiaal: het kind moet plezier beleven tijdens de trainingen, mentale druk moet vermeden worden. In die zin zijn individuele wedstrijden voor jongeren aan te raden voor kinderen die graag presteren en zich graag meten, doch af te raden voor kinderen die daar (nog) geen behoefte aan hebben.

Qua invulling van de trainingen is het niet enkel belangrijk wat je geeft maar ook en vooral hoe je het geeft: een oefening geplaatst in een verkeerde context of foutief uitgevoerd kan een nadelig resultaat hebben. Daarom is het van belang dat de jeugdtrainer weet waarom een oefening in een bepaalde context gegeven wordt en hoe ze op een correcte manier uitgevoerd wordt. Het is beter niets te leren dan dingen fout te leren: aangeleerde fouten hebben grote implicaties zowel naar prestaties als naar kwetsuren en kunnen later vaak moeilijk rechtgezet worden.

De trainer moet zeer alert zijn voor foute statiek en dynamiek: een gebrek aan vormspanning, lenigheid, stabiliteit en lichaamsbesef kan leiden tot voet-, knie-, bekken- en rugklachten ! In de groeispurt, die bij miniemen-meisjes al kan aanvangen, is het belangrijk voorzichtig te zijn in het belasten van pezen en gewrichten. Het bijhouden van een halfjaarlijkse groeicurve kan de trainer helpen om de groeispurt te herkennen en de intensiteit van de trainingen aan te passen.

DOELSTELLINGEN JEUGDBEGELEIDING

1.algemene doelstellingen

De jonge atleten krijgen een veelzijdige opleiding waarbij alle onderstaande aspecten aan bod komen. Alle jongeren krijgen een competitiegerichte opleiding, ook al zullen sommigen later opteren voor recreatiesport. 50 % van de kinderen zou na minimaal 2 jaar begeleiding en op 13 jarige leeftijd onderstaande normen moeten kunnen behalen. Deze doelstellingen zijn geen doel op zich, maar duiden wel de langetermijnvisie bij KAPE aan.

proprioceptie

  • algemene lichaamsscholing naar lichaamsbesef
  • met armen en benen gelijktijdig verschillende bewegingen uitvoeren (dissociatie)
  • onafhankelijk beheersen van de verschillende lichaamsdelen
  • een eenvoudige beweging correct nabootsen
  • draaibewegingen uitvoeren en zich daarbij blijven oriënteren in de ruimte
  • draaien om de verschillende assen (tuimelen en rollen)
  • aanvoelen van spanning en ontspanning in de bewegingsuitvoering

kracht en conditietraining

  • met eigen lichaamsgewicht als last
  • stabilisatieoefeningen worden elke training toegevoegd in de opwarming

zelfstandigheid

  • het kind kan een gegeven opdracht uitvoeren
  • het kind kan zelfstandig aan een wedstrijd deelnemen

mentaal en sociaal

  • het kind kan de eigen mogelijkheden inschatten en voor zichzelf doelen bepalen
  • het kind kan de eigen prestaties vergelijken met die van anderen en een mindere prestatie relativeren en een goede prestatie waarderen
  • het kind kan een verbale opdracht uitvoeren
  • het kind kan een opdracht in team uitvoeren
  • het kind heeft respect voor de prestaties van anderen

lenigheid

  • het kind kent enkele basis-lenigheidsoefeningen voor de grote spiergroepen
  • het kind kan zelfstandig enkele basis-lenigheidoefeningen op een correcte manier uitvoeren
  • het kind weet dat lenigheid belangrijk is voor de blessurepreventie en het kunnen uitvoeren van technieken
  • gebeurt elke training, zowel dynamisch als passief

gymnastische vaardigheden

  • koprol voorwaarts en rugwaarts
  • handenstand met steun
  • salto voorwaarts op trampoline

2.  specifieke doelstellingen

loopscholing


versnellingslopen

  • stelselmatig de snelheid kunnen opbouwen over een bepaalde afstand
  • een technisch vrij goede versnelling kunnen uitvoeren

snelheid

  • 3-puntstart (staande houding met voetenplaatsing zoals in startblok)
  • startbeweging van laag naar hoog
  • start uit startblok: weten welke voet vooraan moet – tweevoetig oefenen!
  • frequentiegevoel
  • reactiespelen
  • frequent korte snelheidprikkels

       looptechniek

  • lopen op de voorvoet met voor-achter-armbeweging
  • lopen met voet afrollen met voor-achter-armbeweging
  • skipping met lichaamsbeheersing met en zonder armbeweging (rustig maar technisch vrij goed kunnen uitvoeren)
  • skipping met nadruk op kapstokvoetje
  • hiellift met lichaamsbeheersing met en zonder armbeweging
  • kaatsen
  • actieve voetplaatsing

       uithouding

  • training van het aërobe vermogen (duurlopen, fartlek)
    (gedurende minstens 30′ aan een rustig tempo kunnen lopen)

       horden

  • lopen over lage hindernissen
  • met accent op snelheid sprinten
  • met accent op voorwaartse impuls
  • analytische initiatie van de 2 deelbewegingen: aanvalsbeen en impuls-doorvoer-bijtrekbeen
  • uit stand met en zonder horden
  • stappend met variërend aantal steunen tussen de horden
  • huppelend (eenvoudige oefeningen)
    –> zowel links als rechts
  • op aangepaste afstand 3-pasritme kunnen lopen
  • horden kunnen en durven nemen als ze niet op een vaste afstand staan (ritmegevoel)

        aflossingen

  • aflossingstechniek kennen en kunnen toepassen zonder oog voor detail

springscholing

        algemeen

  • veelsprongen (bv. loopsprongen)
  • hinken
  • huppelen
  • rotatiesprongen in verschillende richtingen
  • trappenlopen zonder pliometrie
  • actieve voetplaatsing (“over voetje gaan”)
  • vormspanning kunnen aanhouden in de lucht
  • lichaamsstrekking bij afstoot

        hoogspringen

  • schaarsprong
  • inclineren in bocht
  • stijgsprong vanuit rechte aanloop met draai om de lichaamsas
  • rugwaartse kipbeweging met landen op de rug

        polsstokspringen

  • vasthouden van de stok
  • aanlopen met stok
  • neerplaatsen van de stok na korte submaximale aanloop, bv. in zandbak, gevolgd door sprong (over hindernis)

        verspringen

  • versnellingsloop met afstoot zonder remmende ritmeverstoring
  • hurksprong

werpscholing

        algemeen

  • aanvoelen van lichaamsverplaatsingen voor- achter en zijwaarts bij verschillende
  • buig-strekbeweging met uitstoten van bal

        kogelstoten

standworp met accent op

  • correct vasthouden van de kogel
  • correcte positie van de kogel in de nek
  • steun op rechterbeen
  • gesloten houding van de romp (linkerzijde gaat mee naar achter)
  • achtereenvolgens draaien van hiel-knie-heup
  • draai-strekbeweging
  • blokkeren van linkerzijde
  • uitduwen van achterste been
  • rugwaartse stap-stap beweging met lichter tuig
  • accent op
  • § lichaamsgewicht op rechtervoet
  • § gesloten houding tot afworpfase

        discuswerpen

standworp met accent op

  • correct vasthouden van de discus
  • aanzwaaibeweging horizontaal op schouderhoogte
  • steun op rechterbeen
  • gesloten houding van de romp (linkerzijde gaat mee naar achter)
  • achtereenvolgens draaien van hiel-knie-heup
  • draai-strekbeweging
  • blokkeren van linkerzijde
  • uitduwen van achterste been
  • afrikaanse worp
  • globaalbeweging waarbij gelet wordt op
  • § actief pivoteren met rechtervoet
  • § buig-strek beweging
  • § gesloten houding

        speerwerpen

  • 1 geschouderde impulspas + afworp
    § L-R-L-ritme
    § gesloten houding
    § zwaartepunt op gebogen rechter been
  • geschouderde impulspas in reeks + afworp
    § opbouwend ritme
    § speerplaatsing
  • schouderen en werpen: L-R-L stappend
    § eindigen in gesloten houding

Om deze doelstellingen te verwezenlijken worden alle accenten verwerkt in een trainingsplanning gespreid over het hele jaar. Zowel spel- als oefenvormen worden gebruikt om de doelen te bereiken. De algemene doelstellingen komen meer aan bod bij benjamins en pupillen, de specifieke doelstellingen worden ingevoerd vanaf de miniemen. Uiteraard zijn er andere accenten voorzien in winter- en zomerperiode en worden de trainingen aangepast aan de beschikbare mogelijkheden, weersomstandigheden en accommodaties. De eindtermen van de Vlaamse Atletiekliga zijn de leidraad waarrond de trainingen worden opgebouwd.

Om de einddoelen te bereiken, adviseren de KAPE-trainers volgende trainingsvolumes voor de verschillende jeugdcategorieën:

Benjamins

1 à 2 trainingssessies per week van 1,5 uur per sessie
roterende trainers
meerdere items per training
aanleren algemene bewegingsvaardigheden op een speelse manier

Pupillen

2 trainingssessies per week van 1,5 uur per sessie
vaste en/of wisselende trainers (rotatiesysteem mogelijk – afhankelijk van disciplines)
nadruk op algemene en specifieke bewegingsvaardigheden

Miniemen

2 à 3 trainingssessies per week van 1,5 uur per sessie
vaste en/of wisselende trainers (rotatiesysteem mogelijk – afhankelijk van disciplines)
nadruk op specifieke bewegingsvaardigheden en initiatie in disciplines

 

Dit Jeugdsportbeleidsplan kan HIER gedownload worden.

 

0 likes KAPE Intern #
Share: / / /

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken
Sponsors
Blijf op de hoogte
FitFree
G-Atletiek bij KAPE
G-Atletiek
G-Atletiek bij KAPE
Archief per maand