Ook bij mannen gaat de overgangsperiode – de penopauze – niet (altijd) ongemerkt voorbij. Eens de vijftig voorbij gaan sommige driftig op zoek naar vrouwelijk schoon (dat heb ik al), andere kopen een moto (heb ik ook al), ik heb ervoor gekozen bijzondere sportieve uitdagingen aan te gaan. De Jungfrau-marathon, in het Zwitserse Interlaken, moest voor mij zowel letterlijk als figuurlijk het hoogtepunt van het seizoen worden.
De kaart met het hoogteprofiel maakt meteen duidelijk wat er zo bijzonder aan deze marathon is : na een vlakke aanloop van 10 km in de vallei van Interlaken volgt 15 km met een kleine stijging tot Lauterbrunnen. Op km 26 wordt je dan geconfronteerd met de “muur van Wengen”, vanaf dan wordt het nooit meer vlak en blijft het maar omhoog gaan. Het beste hebben ze voor het laatste bewaard. De finale kilometers worden afgelegd op een klein bergpad naast de gletsjer van de Eiger – Wixi genoemd – met hellingen waar je zelfs als wandelaar moeite mee hebt. In totaal wordt er 1850 hoogtemeters geklommen, een heel behoorlijke uitdaging met andere woorden.
In de maanden voordien had ik mijn gewone marathonvoorbereiding gedaan maar ik had geen kans gezien om specifiek op berglopen te trainen. Tenzij je eindeloos over en weer over de Leugenberg lopen als bergtraining beschouwd. We waren dan ook een paar dagen voordien aanwezig, om toch enigzins de benen en de ademhaling te laten wennen. Na een paar trainingen op de muur van Wengen was de te volgen strategie op de steile stukken mij nog altijd niet duidelijk: blijf je lopen, zij het zeer langzaam, of is snelwandelen meer efficiënt ? Voor de marathon koos ik voor een schema van 5 uren, vooral nuttige informatie voor Hermine, die als supporter zware logistieke problemen zal hebben, door de overladen bergtreinen en drukke skistations, om mij tijdens deze bergtocht te volgen. De voortekenen waren in ieder geval goed ! Tijdens een van deze avondtrainingen was ik in het duister over een hindernis gestruikeld en pardoes op de grond gevallen met een paar schaafwonden als gevolg.
De eerste km was het lopen “as usual” tussen 4000 andere lopers, met diverse nationaliteiten. Zoals bij elke marathon is het in het begin vooral zoeken naar je goede ritme en genieten van de omgeving, nu je nog kan. De eerste opwarmers, korte hellingen van enkele meters hoog, werden vlot verteerd. De parcours veranderde gaandeweg in een padje naast een bergrivier met stroomversnellingen en watervallen. Onderweg wordt je aangemoedigd door hele orkesten met reusachtige zwaaiende koeienbellen die een hels lawaai maken. Aan de wedstrijd nam ook een pas getrouwd Canadees koppeltje deel, de avond voordien getrouwd, nog met de bruidsluier op de kop – het zal een korte huwelijksnacht geworden zijn.
Na een laatste relatief vlak gedeelte begon het echte werk: het bospadje die leidt naar het dorp Wengen. De eerste honderd meters doet iedereen nog een poging om te blijven lopen. Na 200 meters zijn er nog maar een paar moedige, na 300 meters is iedereen aan het snelwandelen. Er is gewoon geen keuze, met 26 km in de benen lukt een dergelijke steile helling oplopen gewoon niet meer.
Na 3:08 bereikte ik de dorpskom van Wengen op km 30 waar Hermine me stond aan te moedigen. Nog 1:50 voor de laatste 12 km, binnenkomen binnen de vijf uur moet lukken. Helaas dit was buiten mijn kuiten gerekend. Op een schuin terrein maken je voeten een meer scherpe hoek tov je benen. Dit maakt dat je kuitspier bij elke loopbeweging iets meer uitgerekt wordt dan op een vlakke ondergrond. En dit begon zijn tol te eisen. Op de mindere steile stukken kon ik nog gedurende een paar minuten lopen, maar dan begonnen mijn kuiten te verkrampen en moest ik noodgedwongen wandelen. Dan maar genieten van de zeer mooie omgeving, met op de achtergrond de Jungfrau en Eiger. Om de drie km stond een hulppost, met telkens een arts die je uit de wedstrijd kon nemen als hij van oordeel was dat het niet meer verantwoord was om verder te doen. Je kon dus maar beter niet teveel zwijmelen. Het laatste stuk werd een beproeving – ik kon niet begrijpen hoe je kan opgeven in een marathon met de meet in zicht, totdat ik geconfronteerd werd met de Wixi, het laatste stuk van de Jungfraumarathon. Met behulp van mijn armen die ik als hefboog gebruikte op mijn knieën, had ik meer dan 20 minuten nodig om deze klim van 2,5 km af te leggen !. Na het hoogste punt op 2205 m, kon ik gelukkig uitbollen naar de meet in een tijd van 5.26’51”.
Niet direct een wereldtijd maar de ontlading na het overschrijden van de meet was er niet minder om. Na het nuttigen van Bratwurst (bevat veel koolhydraten) und grosses Bier (idem) werd het dalen naar de vallei terug aangevat, een tocht die bijna twee in beslag nam door de grote drukte. En in zo’n situaties herkent je de echte marathonman: sommige lopers liepen gewoon terug naar beneden.
Lucien Poppe







